07-09-2015

Nederland verandert en de zorg verandert mee. Je hebt er vast wel van gehoord in je omgeving. Misschien heb je zelf wel ervaring met de veranderingen die per januari 2015 van kracht zijn geworden. Ook in het nieuws is er best veel om te doen geweest. Maar hoe zit dat nu?

Nederland verandert

De burger meer centraal

De burger moet meer centraal moet komen te staan. De burger moet meer in zijn eigen kracht komen. Want als je meer in je eigen kracht komt, dan kan je meer zelf doen. Dan kunnen we als burgers meer zelf doen. Dan kunnen we meer voor onszelf doen, of voor onze naasten. Voor onze familie en voor onze buurt en onze wijk. Zeg maar, wijkgericht.

De burger in zijn netwerk moet het uitgangspunt zijn. Dat ziet er dan ongeveer zo uit:

Burger als uitgangspunt

De overheid wil dit bewerkstelligen. Dat moet ze ook wel, omdat we de kosten nu eenmaal in de hand moeten houden. Willen we de zorg in de toekomst nog betaalbaar houden, dan moeten we wat gaan veranderen.

Maar we willen ook anders gaan denken en werken in de zorg. Niet dus maar overnemen en er vanuit gaan dat ‘iemand het niet meer kan’. Maar van de eigen kracht uitgaan.

Hoe kan de overheid dat doen? De overheid is de wetgever en die kan de wetten maken, aanpassen en de naleving ervan handhaven.

Verandering van wetten

De overheid heeft in 2015 een aantal wetten veranderd. Dat zie je in dit schema. De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) is bijvoorbeeld opgegaan in een aantal andere wetten. Twee daarvan bestonden al en twee ervan zijn nieuw. Zie jij welke al bestonden en welke er nieuw zijn?

Verandering van wetten in de zorg

Is met een wetswijziging alles veranderd?

We hebben nu een wetswijziging. We hebben nieuwe wetten. De overheid wil daarmee bereiken dat de burger meer in de eigen kracht komt en dat we meer zelf gaan doen. De overheid heeft daarom de zorg ‘dichter naar de burger’ gebracht.

Maar gaat dat dan in één keer goed?

Nee, natuurlijk niet.

Ik zeg ‘natuurlijk’, omdat alleen de wet veranderen wel een goed begin is, maar daarmee hebben we het gedrag van mensen nog niet veranderd. Daarmee zijn we zelf nog niet veranderd. De wet veranderen is wel nodig om een begin te maken, maar wij moeten zelf aan de slag om het ook op de goede manier in te kleuren. We kunnen namelijk goed meer zelf doen in een samenleving – meer vanuit eigen kracht werken –, maar we kunnen het ook minder goed doen. Ook al initiëren de wetten een verandering, de praktijk is zo weerbarstig!

De verandering is zo moeilijk!

Het is ook best heel moeilijk om te veranderen. Wanneer er wetten worden aangepast, zorgt dit ervoor dat er beweging komt. Dat we met elkaar zaken anders moeten gaan doen, maar dat is meer ‘van buitenaf’. Dat is, zoals ze dat noemen, ‘extrinsiek’.

Wanneer we de zorg zó willen veranderen dat we echt weer vanuit de burger, de mens, gaan denken, dan is er meer nodig. Dan moet er namelijk een verandering ‘van binnenuit’ (intrinsiek) tot stand komen. Die verandering moet dus vanuit onszelf komen. Dat is moeilijk, omdat we als mensen niet zo heel makkelijk veranderen. Dat ligt in ons brein. Het kost moeite om nieuwe wegen te vinden.

Kijk naar eens hiernaar. Dan zie je hoe dat neurologisch (in ons brein) werkt:

Daar komt nog iets bij: we houden niet zo van nieuwe dingen doen en leren, omdat het moeite kost, zoals je net zag, maar ook omdat we er als mens niet zo op berekend zijn. We zijn er simpelweg eigenlijk niet voor gemaakt. We zijn namelijk altijd op zoek naar veiligheid. Verandering is niet veilig. Het is onveilig, want we kennen het niet. We weten niet waar het toe leidt.

Als er onveilige situaties optreden, zijn we zo gebouwd dat we 3 dingen kunnen doen: we vluchten, bevriezen of vechten.

Vroeger gebeurde dit bijvoorbeeld als men wilde dieren tegenkwam. Tegenwoordig is die kans niet zo groot meer, maar er zijn verschillende figuurlijke wilde dieren voor ons. Ook in deze tijd. Er zijn namelijk tal van andere onveilige situaties. Wanneer je dingen moet doen, waarbij je je niet op je gemak voelt bijvoorbeeld. Wanneer je nieuwe dingen moet doen die je niet kent. Wanneer je in een ruimte stapt, waarin veel mensen zijn en je moet wennen. Wanneer je een presentatie moet houden. Als die dingen zorgen voor onveiligheid en maken dat je vecht, vlucht of bevriest.

Vechten, vluchten of bevriezen

Je handelt niet altijd hetzelfde. Soms zal je vechten, soms bevriezen, soms vluchten. Het kan wel goed zijn dat je een voorkeur hebt: wat doe jij als je onder stress staat?

De reacties zijn dan als volgt:

  • Vluchten: je terugtrekken
  • Vechten: complexiteit reduceren via simpele waarheden
  • Bevriezen: ziek worden

Daarom is veranderen dus lastig:

  • Veranderen betekent nieuwe dingen doen en ontmoeten;
  • Nieuwe dingen zijn onzeker;
  • Van onzekere dingen zegt je brein (en lijf): ‘ho, wacht eens even! Dat ken ik niet: dat is niet veilig: vechten, vluchten, bevriezen!’
  • En dan komen we dus met elkaar niet in beweging. Als we vluchten, zijn we er niet meer bij. Als we bevriezen kunnen we niet goed meer meedoen en als we vechten, dan kunnen we niet goed samenwerken.

Het is goed dat we dit weten

Want als je je ervan bewust bent, scheelt al de helft. Dan kan je namelijk tegen jezelf zeggen: ‘he, wacht eens, dit is niet zo onveilig. Dit is geen tijger, leeuw of beer. Dit is een goede verandering!’. Dan word je al rustiger en kun je het vechten, bevriezen of vluchten nalaten. Dán ontstaat er ruimte om te leren en te groeien. Dan ontstaat er weer ruimte om samen te werken.

Dat is een mooie beweging

Maar niet een vanzelfsprekende beweging. Wanneer je straks komt te werken in een organisatie – of je werkt al in een organisatie – waarin zaken veranderen (en waar is dat nu niet), dan zal je dit om je heen zien. Daarom is een verandering in de hele maatschappij bewerkstelligen ook zo ingewikkeld. Daarom is de 'participatiesamenleving', zoals het bedoeld is, niet van vandaag op morgen gereed. Het is ook niet sinds afgelopen januari gereed, omdat toen de wetten zijn veranderd. Het is een klus om iets van binnenuit, intrinsiek, voor elkaar te krijgen.

Studenten van het Hoornbeeck College gaan er gewoon mee aan de slag

Er zijn veel mensen in Nederland die de handschoen oppakken. Die ook vinden dat het anders moet en anders kan. Naast veel geluiden over wat er mis gaat, zijn er ook heel veel veelbelovende initiatieven. Zoals de opleiding Wijkgericht werken van het Hoornbeeck College. Studenten van bijvoorbeeld de opleidingen Maatschappelijke Zorg, Verpleegkunde, Pedagogisch Werk starten deze week met de nieuwe module ‘wijkgericht werken’, waarin zij leren om vanuit een nieuwe kijk op de zorg te handelen. Ze doen niet alleen kennis op, maar maken het meteen praktisch. Met de nieuwste en meest innovatieve manieren van leren – in leer- en werkomgevingen – van dit moment.

Novire ontwikkelt en beheert in opdracht van het Hoornbeeck College de opleiding Wijkgericht werken. Docenten volgen eerst hun opleiding en behalen een persoonlijke certificering, waarna zij gerechtigd zijn om studenten te begeleiden bij hun opleiding en certificering. Bovenstaande informatie in deze blog is een onderdeel in hun opleiding.