10-09-2015

De veranderingen in de wetgeving in onze verzorgingsstaat zijn nu ongeveer 9 maanden oud. We moeten van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. Zo is de begeleiding naar de gemeenten gedelegeerd en moeten burgers naar andere loketten om de passende zorg en ondersteuning te krijgen. Hoewel er mooie initiatieven in den lande zijn om het anders te doen en uit te gaan van de ‘eigen kracht van de burger’, zullen de echte pijnlijke gevolgen meer en meer zichtbaar gaan worden in de komende tijd. Als we niet écht veranderen, dan zullen de zorgproblemen – en de kosten – alleen maar voor ons uitgeschoven worden.

In veel gevallen doen we namelijk nog steeds ons oude ‘aanbodgerichte ding’, waar we de burger niet werkelijk mee helpen. Sterker nog: het is oude wijn in nieuwe zakken, maar voor veel minder uur bij de klant en veel meer uur bij de uitvoeringsorganisatie. De kosten blijven hetzelfde (hoewel ons misschien anders voorgerekend wordt), maar ze zijn verschoven van de burger naar de overheid.

Het effect? Veel minder inhoudelijke zorg voor, overall en relatief gezien, meer of net zoveel kosten. Daarmee komt de prijs-kwaliteitsverhouding ernstig onder druk te staan. Hoe kunnen we dat voorkomen? Een denkomslag is nodig. We zetten in deze blog drie punten uiteen die hiervoor nodig zijn.

Echt veranderen is hard nodig

Het is alweer bijna één jaar geleden dat de troonrede was doorspekt van de term ‘participatiesamenleving’. De koning benadrukte: we moeten veranderen. We moeten de omslag maken van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. We moeten meer samen gaan doen. We moeten meer zelf doen, want de verzorgingsstaat wordt onhoudbaar. Te duur en te individualistisch.

De verandering van wetgeving werd kort voor de invoering per afgelopen januari pas duidelijk. Op alle fronten in de samenleving stonden er eind vorig jaar veranderingen op stapel. In de sociale zekerheid de Participatiewet, in het onderwijs het ‘passende onderwijs’ en in de zorg alle veranderingen: de AWBZ is verdwenen per januari en de zorg is overgeheveld naar gemeenten.

We moeten uitgaan van eigen kracht en zelfredzaamheid. Als we een zorgvraag hebben, moeten we eerst ons zelf zien te helpen, en ons netwerk vragen om dingen te doen. Pas dan kunnen we aanspraak maken op zorg en ondersteuning van bijvoorbeeld de gemeente.

Wanneer we ‘oud blijven denken’ gaat dit nooit werken. We doen dan namelijk nog steeds hetzelfde, alleen met minder uren zorg, maar met veel meer uren om keukentafelgesprekken te voeren. Op de korte termijn hebben we dan misschien een besparing op de zorgkosten bij de burger, maar nemen de kosten bij de uitvoeringsorganisaties enorm toe. Per saldo? Geen verschil in kosten, maar wel een kaalslag op de zorg bij de burger.

We hebben daarmee ook nog lang niet de werkelijke verandering gerealiseerd. Zonder deze werkelijke verandering zullen de zorgkosten alleen maar voor ons uitgeschoven worden. Vroeg of laat komen de zorgvragen van de mensen die nu niet voldoende worden bediend, dubbel terug, omdat de problemen alleen maar erger zijn geworden.

Reden genoeg om écht te veranderen. Om écht ‘180 graden andersom te gaan denken’.

Andersom denken

Dat betekent dat we écht de mens gaan zien. Niet langer het systeem. In drie stappen. Het zijn geen ‘oh-dat-doen-we-even-stappen’. Hoe zou dat kunnen? We proberen een systeem van decennia te veranderen. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Het goede nieuws? De verandering brengt ons wel veel meer bij onszelf. Bij wie we zelf zijn, als mens!

1. We zien de mens, de héle mens

Belangrijk is in de eerste plaats dat we de héle mens gaan zien en niet alleen ‘het stukje mens’ dat een zorgvraag heeft. We zijn toch veel meer dan onze beperking, aandoening of handicap? Dat klinkt logisch, maar in de zorg zijn we geneigd te denken in ‘wat we aanbieden’, of in ‘wat we doen’.

Bijvoorbeeld: ‘u heeft een wond aan uw been, ik bied u wondverzorging aan’. Of: ‘Uw kind blijft achter met de taal- en spraakontwikkeling: ik bied u Vroege Voorschoolse Educatie (VVE)’. Of: ‘U heeft een tumor, ik bied een operatie’.

We zijn in de zorg nogal praktisch ingesteld. En we willen graag alles beter maken. Dus kijken we snel naar ‘wat er niet goed is’ en ‘wat we daaraan kunnen doen’. Het zijn twee mooie eigenschappen: beter willen maken én snel en daadkrachtig handelen. Dat is wat we in de zorg natuurlijk ook wel nodig hebben.

Maar er zit ook wel een risico aan. Doordat we snel handelen, kan het zijn dat we vergeten om goed na te denken over wat echt het beste is voor deze klant.

En omdat we kijken naar wat er niet goed is, kunnen we misschien vergeten om te kijken naar wat er allemaal wel goed is. Ook moeten we hierbij bedenken dat wat ‘beter’ is voor ons, het nog niet voor een ander ‘beter’ hoeft te zijn.

Kortom, in onze daadkracht lopen we het risico om één hele belangrijke stap over te slaan: namelijk om écht te zien. En écht duidelijk te krijgen wie de persoon is waar het om gaat. Wat wil hij of zij eigenlijk? Wat is voor hem of haar nu eigenlijk het beste?

Als we eerst de mens zien om wie het gaat en daar meer vanaf weten, dan kunnen we de zorgvraag en onze zorg (ons aanbod) eigenlijk pas goed bepalen. Daar gaat het over: iemand écht zien.

Iemand echt zien

Het blijkt in de praktijk heel moeilijk te zijn om eerst de persoon te zien, en pas daarna de zorgvraag en de oplossing. We moeten altijd de volgende drie onderdelen heel goed in de gaten houden:

Drie stappen

In de praktijk zijn we geneigd om stap 1 over te slaan, en met name te kijken naar nummer 2 en 3. Door ons eerst echt te verdiepen in de mens komen we er misschien achter dat die operatie medisch gezien wel een goede oplossing zou zijn, maar menselijk gezien niet.

Om het menselijke plaatje in beeld te krijgen, moet je de oprechte aandacht kunnen opbrengen om iemand in zijn geheel te zien. Om holistisch te kijken. Om te kunnen zien dat alles met elkaar samenhangt. Je moet dus alle leefgebieden in beeld brengen. Breng je een deel in kaart, dan zou je je lelijk kunnen vergissen.

Losse onderdelen

Daarom moet je naar alle leefgebieden kijken:

Alle leefgebieden

2. We zeggen ‘vanuit eigen kracht’, maar daar moeten we dan ook écht in geloven

We zeggen namelijk wel dat we vanuit de eigen kracht van de mensen moeten denken en werken, maar geloven we daar wel werkelijk in? Wanneer we aan de ene kant de mens nog zien als patiënt – en niet in zijn gehele als mens – en we aan de andere kant uitgaan van ‘eigen kracht’ en ‘regel het zelf maar’, dan erkennen we niet dat er voor eigen kracht ook basisvoorwaarden nodig zijn.

Dat is de tweede stap die we moeten zetten: geloven in groei en erkennen dat daar voorwaarden voor nodig zijn.

Ieder mens is gericht op groei. Ieder mens wil vanuit de eigen kracht handelen en werken, maar Maslov liet ons al zien dat daar basisvoorwaarden voor nodig zijn.

Maslov

Maslov

Maslov (1908-1970) stelde al vast dat dat ieder mens wil groeien en ontwikkelen (zelfontplooiing), maar dat daar wel voorwaarden aan verbonden zijn. Zo ontwikkelde hij de piramide van Maslov:

Piramide van Maslov

  1. Fysiologische behoeften zoals eten, drinken, beweging.
  2. Behoefte aan veiligheid: een dak boven je hoofd hebben, een eigen plek hebben. In hoeverre heb je je veilig gevoeld bij je ouders en ben je beschermd?
  3. Behoefte aan sociaal contact: de behoefte om ergens bij, bij iemand, te horen, liefde te ontvangen.
  4. Behoefte aan waardering – acceptatie – achting: werden er complimentjes gemaakt toen je jong was? Werd je als kind gewaardeerd in wie je werkelijk was?
  5. Behoefte aan zelfontplooiing: dit proces is pas mogelijk wanneer je voldoende kracht hebt meegekregen in de eerste vier niveaus.
  6. Als bovenste niveau wordt ook vaak getoond ‘hetgeen de mens overstijgt’, het Goddelijke. Dat wat groter is dan wij.

Dit is dus een belangrijke basiswaarde: ieder mens wil groeien en zich ontwikkelen. Iedereen wil zijn eigen leven vormgeven.

Leven vormgeven

Dat lukt niet altijd

Ieder mens streeft daar ook naar. Maar niet altijd lukt dat. Als het niet lukt, zijn niet alle voorwaarden aanwezig om te kunnen groeien. Bij Novire gaan we ervanuit dat iedereen wil groeien en ieder mens – iedere burger – er in de basis ook toe in staat is. In een gebroken wereld gaan dingen soms anders. Dan is zorg en ondersteuning nodig. Maar alleen vanuit de waarde dat iemand het zelf kan, in welke vorm en mate dan ook.

Bij Maslov is de onderste laag in de piramide de ‘fysiologische behoefte’. Eten, drinken, kunnen ademen. Maslov werkte samen met Harlow (1905-1981). Harlow is bekend geworden door zijn onderzoek naar baby-aapjes. Deze moesten kiezen tussen twee kunstmoeders, de een met voedsel, de ander met vacht. De aapjes kozen consequent voor de moeder met vacht: voor de ‘warme moeder’.

Aap

De uitkomst: voor hechting is voedsel alleen niet genoeg. We hebben warmte nodig van de mensen waarvan we vandaan komen, vanuit onze gezinsrelaties. Behoefte aan een veilige hechting, aan een veilige relatie in het gezin waar je vandaan komt, is misschien dus nog wel belangrijker dan eten en drinken voor een mens.

In de zorg weten we dat vaak niet of weten we niet goed wat we daarmee moeten doen. Liever gaan we praktisch aan de slag op de andere leefgebieden dan aandacht hieraan te geven. We zijn immers praktisch ingesteld en we gaan het liefst gewoon aan de slag. Het liefst misschien wel op het fysieke leefgebied, want dat is het meest tastbaar. Maar gezinsrelaties komen eigenlijk niet aan de orde. Terwijl ‘waar we vandaan komen’ allesbepalend is.

Geloven we écht in Eigen Kracht? Dan moeten we de voorwaarden hiertoe serieus nemen. Dat maakt dat we ons oprecht moeten verdiepen in iemands leven en het ook moeten erkennen wanneer de basisvoorwaarden niet zo vanzelfsprekend zijn. Lees bijvoorbeeld het verhaal van Robin.

Is er nog wat te doen wanneer de gezinsrelaties kapot zijn? Jazeker. Ook als volwassene kan je je alsnog veilig hechten. Het is nooit te laat voor een gelukkige jeugd.Er is hoop! Je kan het redden, ook al is verleden fors. Daarvoor is wel eerst erkenning nodig. Die stap zullen we eerst met elkaar moeten zetten.

3. We moeten denken vanuit de mens en niet langer vanuit het aanbod

Iedereen wil ‘erbij horen’. Iedereen wil ‘normaal gevonden worden’. Niet meer en niet minder. Wanneer we alleen maar de nadruk blijven leggen op de afwijking, op de ziekte, op de handicap dan doen we de mensen geen recht. We zijn gewend geraakt om zo te kijken en te denken. We hebben immers een zorgaanbod en in dat vakje moet je als mens passen. Het past natuurlijk nooit. Het is systeem- en aanbodgericht gedacht. Niet klant- en al helemaal niet mensgericht. Dat is de derde stap die we moeten zetten: het aanbod loslaten en klantgericht en mensgericht gaan denken.

Het is best moeilijk, want iedere mens is anders. We zullen maatwerk moeten bieden. Omdat we het voor onszelf beheersbaar willen houden, willen de werkelijkheid versimpelen. We maken er maar ‘producten’ van, zoals de gehandicaptenzorg, de geestelijke gezondheidszorg, de thuiszorg. Maar bij een mens komt alles samen. Het laat zich niet zo in een vakje of hokje drukken. Hoe graag we dat ook zouden willen.

We denken snel vanuit hokjes en aanbod. Niet vanuit mensen. En al helemaal niet vanuit mensen ‘die er gewoon bij willen horen’. Vanuit normaal burgerschap dus. In ‘normaal burgerschap’ gaan we uit van ‘je hoort erbij’ en ‘je doet mee’. Er mag dan ook wat van je verwacht worden: als volwassen mensen, want bij burgerschap horen rechten en plichten. Maar nogmaals, het belangrijkste daarbij is dat we een basissignaal uitzenden: je hoort er gewoon bij! Misschien heb je (tijdelijk) wat ondersteuning nodig, maar de kern blijft hetzelfde: je hoort erbij!

Die move moeten we nog maken met elkaar. In de zorg van vandaag gaan we echt nog steeds uit van ‘je hebt een ziekte of aandoening en je hoort er niet bij’. Dat kan in hele subtiele dingen zitten.

Kijk bijvoorbeeld eens hiernaar: de ‘ZRM’, de Zelfredzaamheid-Matrix. Een mooi instrument, want het gaat in ieder geval uit van alle leefgebieden. Het heeft dus een holistische basis. Maar wat valt op?

Als je naar de leefgebieden kijkt, dan kunnen we ons alles voorstellen bij Financiën, Huisvesting en bijvoorbeeld Lichamelijke gezondheid. Maar ‘dagbesteding’? Aan een ‘normale burger’ vraag je niet wat je dagbesteding is. Dat vraag je alleen aan mensen van wie je bij voorbaat al verwacht dat ze geen ‘normale dagelijkse bezigheid’ hebben zoals werk of een opleiding. Het is stigmatiserend en denigrerend. Het is niet de juiste bejegening. Hoe goed bedoeld ook, maar het effect van een klein, heel klein, subtiel woord haast, is desastreus. Je hoort er niet bij. Je voelt je niet veilig. Je kan niet groeien. Het is daarmee een self-fulfilling prophecy. Het instrument is vanuit het aanbod opgezet. Zo kom je niet tot Eigen Kracht.

We kunnen dus beter denken vanuit zelfstandigheid in plaats van zelfredzaamheid: daarmee doen we veel meer recht aan mensen!

Zelfredzaamheid of zelfstandigheid

Het lijkt misschien maar een subtiel verschil: zelfredzaamheid of zelfstandigheid. Maar in de kern is er een groot verschil. Zelfredzaamheid gaat over ‘je kunt je redden’. In het woordenboek vind je bij zelfredzaamheid: vermogen om voor jezelf te zorgen en om je eigen problemen op te lossen. Of: het zichzelf kunnen redden. Of: Zelfredzaamheid is het vermogen van iemand om voor zichzelf te zorgen. Men kan eigen problemen oplossen en gaat zelfstandig door het leven, ofwel weet zichzelf te redden. Zelfredzaamheid houdt in dat mensen zich tijdens het dagelijks leven kunnen redden. Kortom, het gaat om ‘redden’ en om ‘problemen oplossen’.

Zelfstandigheid is het in staat zijn om onafhankelijk te zijn van een ander. Dat gaat niet alleen om praktische dingen, maar ook om het zelfstandig keuzes te maken. Dat wil niet zeggen dat je geen advies meer nodig hebt. Als een kind zelfstandig is, dan kan hij op zijn eigen benen staan.

Zelfstandigheid heeft te maken met autonomisch, onafhankelijk, vrij. Verder staat er bij zelfstandigheid in het woordenboek: Soms gebruikt als alternatieve term voor zelfbeschikking of autonomie. Meestal echter duidt de term op de zelfstandigheid van het individu, tot uiting komend in vrijheid van keuze. zie ook vrijheid.

Zelfstandigheid heeft ook in zich dat je ‘vrij bent’, dat je zelf ‘kunt staan’. Staan voor wie jezelf bent. Het heeft dus te maken met een toestand waarin je kunt gaan en staan waar je wilt. Binnen de context van waarin je leeft uiteraard, binnen de maatschappij.

Als we sec naar de woorden kijken gaat het zelfredzaamheid dus over ‘je kan je redden’ en zelfstandigheid over ‘zelf kunnen staan’. Voel je het subtiele, maar ook fundamentele verschil?

Misschien vinden we het als samenleving voldoende dat men ‘zich kan redden’ en hoeft autonomie niet zo voor ons. We moeten de lat ook niet te hoog leggen, toch?

Maslov heeft ons laten zien dat dát dus niet kan. Dat je niet jezelf kan redden, zonder dat we naar de bassivoorwaarden voor groei, zelfontplooiing en autonomie kijken. We kunnen niet de basisvoorwaarde veiligheid (erbij horen) overslaan en verwachten dat iemand meteen in de top van de piramide bezig is met zelfontplooiing. Zo werkt het nu eenmaal niet. Zo lang we dat niet erkennen, kunnen we best zorg en hulp verlenen, maar zal het altijd maar tijdelijk en pragmatisch zijn. Symptoombestrijding zelfs. Niet duurzaam en gedegen. Niet met oprechte aandacht voor de mens.

Op een andere manier het gesprek voeren: dat levert mooie resultaten op!

Wanneer het lukt om wel vanuit een andere basishouding – vanuit normaal burgerschap en ‘erbij horen’ - het gesprek te voeren, dan krijg je een geheel andere dynamiek. Veel meer contact, als mensen onderling. We zijn immers allemaal mens? Zelf als ik hulpverlener ben, ben ik gewoon mens en gewoon burger. De zelfstandigheid geldt ook voor mij. Op sommige punten in mijn leven gaat het goed, op andere punten kan het maar zo wat minder zijn.

Wanneer we het niet meer hebben over ‘dagbesteding’, maar gewoon over ‘werk en opleiding’ krijg je een ander gesprek met elkaar: een goed gesprek. Het Centrum voor Toegepast Onderzoek en Wetenschap (CTOW) heeft een instrument gemaakt die het goede gesprek helpt te voeren. Waarbij zelfstandigheid en normaal burgerschap het verstrekpunt zijn. De resultaten van dat gesprek zijn heel mooi:

Een ervaring van een klant:

‘Eindelijk gebruiken we de ellenlange vragenlijsten. Ik had nooit gedacht dat ik dat zou zeggen, maar eindelijk wordt er gekeken en geluisterd naar wie ík ben en naar wat ik nodig heb.’

Gedicht over problemen

Laten we dan maar gewoon in gesprek gaan

Het zijn fundamentele dingen die we hierboven benoemd hebben. Het zijn weeffouten in systemen die zijn geworden tot wat ze zijn. Een systeem om een systeem. Zorgaanbod om zorgaanbod. Niet meer een systeem voor de mens, maar een systeem om zichzelf in stand te houden. Dat zijn grote dingen. Muurvast. In beton gegoten. Niet te veranderen. Zoú je denken.

Het mooie nieuws? Ook hier is hoop en de sleutel tot verandering ligt bij onszelf. Zelf kunnen we een stap zetten. Door gewoon met elkaar in gesprek te gaan, van mens tot mens, kunnen we een andere beweging in gang zetten. Klein is toch ook het nieuwe groot?

Een instrument als de zelfstandigheidsmeting is hierbij heel behulpzaam. Het geeft je een veilige geleide, want de vragenlijsten helpen je om niet in de oude, aanbodgerichte, valkuilen te stappen. Het helpt je om steeds met elkaar de juiste dingen te bespreken. En de uitkomsten worden zichtbaar gemaakt. Zo zie je snel waar de kansen en de groeimogelijkheden liggen. Dáár kunnen we dan samen aan werken. Doelgericht.

We hoeven het dan ook niet moeilijker te maken dan het is, want we weten: ‘we kunnen groeien’. We kunnen echt wel uitgaan van Eigen Kracht en we zijn veerkrachtig! En door de basisveiligheid van het goede gesprek (je hoort erbij!), mag en zal die Eigen Kracht ook zichtbaar worden. Moet je eens kijken wat er dan gebeurt.

Laten we het maar gewoon samen doen!