De zorgsector is al heel lang aan het zoeken naar kwaliteitsverbetering en vermindering van de registratielast. Diverse projecten en initiatieven vanuit de politiek zijn al de revue gepasseerd. Zorg voor Beter en InVoorZorg zijn daar voorbeelden van. Toen de PVV haar gedoogsteun gaf aan het kabinet Rutte 1 deed het project ‘regelarme instellingen’ haar intrede. Fleur Agema had immers gezien uit voorbeelden uit de jaren ’50 dat er zonder regels meer kwaliteit komt in de zorg. Al deze initiatieven ten spijt is de registratielast hoog en is er besloten dat er een volgend kwaliteitsverbeterend project opgestart wordt voor de verpleeghuiszorg: Waardigheid en Trots.

Waardigheid-en-trots.png

Extra middelen zonder verantwoording

De verpleeghuizen die aan het project meedoen krijgen volgend jaar veel extra middelen. Voor de uitgave van dit geld is geen verantwoording aan het zorgkantoor vereist om zo de administratieve last te beperken. Tijdens het Algemeen Overleg vorige week woensdag over de kwaliteit van zorg in verpleeghuizen werd opnieuw de discussie gevoerd: hoe kunnen we zonder verantwoording meten of de extra middelen wel hebben bijgedragen aan de kwaliteitsbevordering?

Bezetting

Zorgvisie beschrijft dat een andere discussie gaat over de personeelsnorm. Moet deze er wel komen of niet? Moeten verpleeghuizen zelf hun formatie bepalen of moet er een norm gesteld worden vanuit VWS? Weer een norm is weer een regel erbij.

Komt het vanzelf goed?

Is alleen extra geld de oplossing? Komt het dan vanzelf goed? We hebben uit het verleden geleerd dat dat niet zo is. Hoe organisaties ook hun best doen goede zorg te bieden, lang niet altijd zijn de randvoorwaarden ervoor aanwezig. Dat kan komen door organisatiegerichte keuzes in dit moment, of erfenissen vanuit het verleden.

We zien dat lang niet altijd de businesscase kloppend is en dat de effecten daarvan op de werkvloer zichtbaar zijn: minder personeel, minder goed geschoold personeel, roosters die op de personele bezetting zijn afgestemd in plaats van op de vraag van de klant etc.. Als het vanzelf goed zou komen, dan zou een project als Waardigheid en Trots toch in het geheel niet nodig zijn? Dan zouden we toch met ‘gewoon ons werk doen’ in de reguliere structuren en met de reguliere financiële middelen, al waardige en trotse zorg kunnen bieden?

Spagaat tussen voorschrijven en verantwoorden

Zoals het artikel in ZorgVisie terecht aangeeft, is er een spagaat waar te nemen: de VVD wil de ruimte laten aan de markt en daarom niet voorschrijven. Want daardoor ontstaan nieuwe regels die de werking van de markt én de ‘handen aan het bed’ in de weg kunnen zitten. Tegelijkertijd zijn er geen goede constructies die de toetsing achteraf regelen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg roept haar eigen normenkader in het leven, waarbij zij uitgaan van de verschillende wetten maar op een aantal essentiële dingen zaken toevoegen. Zorgkantoren toetsen materieel en financieel. We bekijken een stukje, maar wie overziet het totaal? Hoe weten we nu werkelijk of de zorg klopt? Of deze ‘waardig en trots’ genoemd kan worden?

De reactie van Novire: het kan wel met een slimme toets

Esther Nieuwenhuizen reageert hierop: ‘Het klopt, waardigheid en trots zijn voor je het weet holle frasen wanneer een van de basisvoorwaarden niet meetbaar zijn, namelijk voldoende deskundige formatie.

De meest essentiële en harde toets op formatie is de zogenaamde 'vierkantsvergelijking':

  • aantal te leveren zorguren vanuit de klant (conform aanspraak en NZA normering) v's
  • beschikbare personeelsformatie vs
  • werkelijk inzet, salarisadministratie vs
  • 'bedbezetting'

Dan wordt het snel duidelijk hoe de zaken er voor staan en wat je redelijkerwijs mag en kan verwachten van kwaliteit en waardigheid en trots. Dit is geen extra verantwoording: dit is slim destilleren uit de informatie die er allemaal al is.

Nieuwenhuizen vervolgt: ‘Met deze kennis hebben we als Novire natuurlijk niet stil gezeten. Ons kenniscentrum ontwikkelde in 2013 al het landelijke erkende en geaccrediteerde Improvement Model waarbij de 4 thema's stevig houvast geven aan het klantproces en het hele proces uitgaat en opgebouwd wordt vanuit 1. een stevige positie van de burger ondanks beperking 2. continuïteit (kloppende businesscase/bedrijfsvoering) 3. risicomanagement en 4. maatschappelijke meerwaarde.

Momenteel doceren we deze kennis via post HBO aan docenten en is deze kennis toegepast in een digitale leer- en werkomgeving voor de niveau 3 en 4 studenten van een landelijk werkend ROC in het kader van wijk- en mensgericht werken. Het levert hele nieuwe inzichten en een nieuwe bewustwording op. Vanuit de reacties ontlenen we wederom weer nieuwe energie: het kan wél, zelf gewoon in het normale zorgproces. Daar zijn geen nieuwe projecten voor nodig.’

Meer informatie? Neem contact op met Novire.